FORMAT

Format aanvraag Rengelinkfonds
(Bijlage bij het Reglement financiële ondersteuning onderwijsvernieuwing)

  1. Inleiding aanvraag
  • Wie doet, namens welke opleiding, de aanvraag?
  • Motivering van de aanvraag. Wat is de achtergrond?
  • Waarom kan het project niet (geheel) uit de door het rijk bekostigde lumpsum worden gefinancierd?
  • Wat is de looptijd van het project?
  1. Doel
  • Welke doelen worden bereikt na afloop van het project?
  • Wat is de doelgroep?
  • Welke kwaliteitsverbetering(-en) worden met dit project beoogd?
  1. Werkwijze
  • Welke fasen kent het project en wat wordt hierin gedaan?
  • Hoe worden de evaluaties vormgegeven?
  1. Resultaten
  • Wat zijn de resultaten per fase?
  • Wat zijn de eindresultaten van het project?
  • Wat zal worden ondernomen om de resultaten in het onderwijs te implementeren en te borgen?
  1. Organisatie
  • Hoe is de projectleiding geregeld?
  • Hoe is de communicatie met de directie geregeld?
  • Hoe zijn de communicatie en samenwerking in het project geregeld?
  • Wie draagt zorg voor het contact met het bestuur van het Rengelinkfonds? (naam, e-mailadres, telefoonnummer).

6. Begroting

De aanvraag moet begeleid gaan van een gedetailleerde begroting. Deze begroting dient langs de onderstaande lijnen opgesteld te worden.

6.1 Opzet van de begroting

De begrote kosten dienen te worden opgesplitst in:

  • eigen bijdrage;
  • financiële ondersteuning;
  • totale kosten.
  • In de kosten wordt onderscheid gemaakt tussen drie kostensoorten:
    1. kosten voor arbeid (zie ook hieronder bij 6.2);
    2. kosten voor materiële aanschaffingen (bijv. leermiddelen, software);
    3. overige materiële kosten (bijv. huren, reiskosten, drukwerk).

Deze drie groepen kunnen verder onderverdeeld worden.

  • De begroting bestaat uit deelbegrotingen per fase en een samenvattend onderdeel. In de samenvatting worden de totale eigen bijdrage en de gevraagde subsidie gespecificeerd. Daarnaast worden in de samenvatting de totale kosten voor arbeid, de totale kosten voor aanschaffingen en de totale overige materiële kosten aangegeven.
  • De toe te kennen gelden worden gestort op een rekening van de hogeschool. De juistheid van de uitgaven wordt gecontroleerd door de controller van de hogeschool. In de aanvraag moet aangegeven worden hoe hierover tussen de projectleiding en de controller gecommuniceerd wordt.

6.2. Kosten voor arbeid

  • Tot de kosten voor arbeid behoren alle kosten voor het uitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van het project, waarvoor bekostiging wordt gevraagd. Ook de kosten van adviseurs, trainers en de overhead behoren tot de arbeidskosten.
  • Bij de arbeidskosten dient steeds het aantal uren of dagdelen gespecificeerd te worden dat met deze kosten gemoeid is.
  • Alleen in uitzonderingsgevallen worden arbeidskosten van eigen medewerkers van de hogeschool bekostigd. Voor docenten en andere medewerkers van de hogeschool geldt dat de ruimte voor deelname aan projecten in beginsel gevonden moet worden binnen hun bestaande aanstellingen. Als uitzondering geldt bijvoorbeeld dat de docent beschikt over een unieke expertise, die noodzakelijk is voor het welslagen van het project en binnen zijn/haar bestaande takenpakket geen ruimte gemaakt kan worden voor deelname aan het project. In dit soort gevallen kan ten behoeve van het project een tijdelijke uitbreiding van de aanstelling van een zittende docent bekostigd worden. Eventuele aanvragen hiervoor dienen apart vermeld en beargumenteerd te worden. De onderbouwing voor deze uitzondering wordt in de vorm van een bijlage bij de totale aanvraag ingediend.
  • Kosten van externe medewerkers aan het project en eventuele kosten voor de inzet van eigen medewerkers worden afzonderlijk op de begroting aangegeven .

N.B. Bij aanvragen voor financiële ondersteuning voor de aanschaf van uitsluitend bijzondere leer- of onderzoeksmiddelen kan worden volstaan met de voor de aanvraag relevante elementen uit de onderwerpen Aanvraag, Doel, Resultaten en Begroting. Zie hiervoor ook de tekst van het Reglement.